RADIO Webinar: Denk na over je dataopslag!
In dit webinar geeft Rachel Kuijlenburg (Logius) een vervolg op het interessante webinar van de vorige Maand van de Digitale Fitheid over digitale rommel opruimen. Ditmaal gaat ze samen met Pepijn van der Spek (BZK) dieper in op de milieu-impact van dataopslag. Aan bod komen de achtergronden, maar vooral ook de manieren waarop jij en jouw collega's bij kunnen dragen door slimmer data op te slaan.
Dit webinar is opgenomen in het kader van de Maand van de Digitale Fitheid 2025.
RADIO-webinar ‘Denk na over je dataopslag’. Host: Lykle de Vries. Tafelgasten: Rachel Kuijlenburg, coördinator Duurzaamheid bij Logius, en Pepijn van der Spek, impactprojectleider Duurzame ICT.
In beeld: Logo Rijksoverheid. Logius. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Denk na over je dataopslag! 17 maart 2025. Rachel Kuijlenburg & Pepijn van der Spek.
LYKLE: Hallo, welkom bij het RADIO-webinar: Denk na over je dataopslag. Dit webinar vindt plaats in het kader van de Maand van de Digitale Fitheid. Ik vind het superleuk dat we teruggaan naar het onderwerp van duurzaamheid, want vorig jaar was dit webinar over digitale duurzaamheid ook een enorme hit. Ik ben heel benieuwd wat er gebeurd is. Mijn naam is Lykle de Vries. Ik ben werkzaam bij RADIO, de RijksAcademie voor Digitalisering en Informatisering Overheid. Wij zijn er voor alle collega's binnen Rijksoverheid en daarbuiten om je te helpen digitaal fitter, vaardiger en bewuster te worden. We hopen dat dit webinar daarbij helpt. Om ons bij te praten over digitale duurzaamheid zijn er twee gasten bij mij aangeschoven: Rachel Kuijlenburg, welkom. Je bent coördinator Duurzaamheid bij Logius. Fijn dat je er bent. En Pepijn van der Spek, impactprojectleider Duurzame ICT. Onder andere ook betrokken bij de duurzame CAO Rijk. Bij sommige mensen ook bekend. Jullie samen gaan ons bijpraten over wat er speelt en gaat spelen. Achter de schermen, lieve kijker, is mijn collega Marie Louise Borsje aanwezig om de chat in de gaten te houden. Zij zal ook vragen aan mij doorspelen die jullie stellen. Mochten er technische vragen zijn, zijn de mensen van WebinarGeek ook tot je beschikking. Rachel, het is een jaar geleden dat we het hadden over digitale duurzaamheid. Zullen we even terugspoelen? Kun je ons vertellen wat er allemaal gebeurd is?
RACHEL: Het is een waanzinnig mooi jaar geweest op het gebied van aandacht krijgen voor dit ingewikkelde vraagstuk. Ik heb ontzettend veel positieve reacties gehad naar aanleiding van het webinar. Ik durf ook heel vaak te zeggen: Kijk dit, dan snap je het probleem. Ik heb echt het gevoel, vandaar dat ik ook hier met Pepijn zit, dat we op de goede golf zitten en dat er heel veel gebeurt. Maar aan de andere kant: er is ook heel veel nodig, want als je kijkt wat qua AI gebeurt… Het is echt een ingewikkeld vraagstuk waar we absoluut wat aan kunnen doen.
LYKLE: Zullen we eens kijken naar wat het afgelopen jaar gedaan heeft?
RACHEL: Ja, ik heb wat meegenomen. Ik wil vandaag wat vertellen over duurzaamheid en digitalisering, de recap. Wat heeft het jaar nu gebracht? Denk na over je dataopslag, het thema van dit webinar. En uiteindelijk vooral: wat kunnen mensen doen om hier mee aan de slag te gaan?
LYKLE: Heel fijn. Wat is je eigen handelingsperspectief? Hoe kun je helpen?
In beeld: de Sustainable Development Goals tegenover afvalbergen in Afrika en hoe mensen in Afrika handmatig materialen recyclen.
RACHEL: Als eerste duurzaamheid en dataopslag. Vorig jaar had ik dit plaatje ook meegenomen, want wat het zo complex maakt, is dat lekker met elkaar Instagrammen, Facebooken, e-mailen, data opslaan, foto's verzamelen... Het is allemaal heerlijk en maakt het leven ook echt absoluut aangenaam, dus dat is heel grappig. Wat de meeste mensen zich minder realiseren, en daar heb ik dit jaar met heel veel partijen over gesproken, is dat dit plaatje symboliseert wat IT is, namelijk een grondstoffenverhaal. Iets wat in Afrika, China of in Brazilië wordt geworven. Allerlei grondstoffen. En die uiteindelijk aan het eind van de lijn, dat andere plaatje, weggegooid worden en heel vaak ook op vuilnisbergen in Afrika weer terechtkomen.
LYKLE: Dus wij zien ze als prachtige, glimmende, hippe apparaten, maar daarvoor en daarna is een hele keten die we eigenlijk nooit zien, maar die heeft de meeste impact.
RACHEL: Die heeft heel veel impact. Tuurlijk is het supertof als je een nieuwe telefoon in je handen hebt, een nieuwe e-reader, of een nieuwe router koopt voor in huis. Allemaal om die data van A naar B te laten doen. Maar ik denk dat het belangrijk is, dat heb ik ook dit jaar gepoogd, dat mensen veel meer realisatie hebben van: we hebben apparaten nodig om die data van A naar B te krijgen. Daar moeten we echt goed over nadenken. Dat is ook het volgende plaatje.
In beeld: De grondstoffenstrijd.
RACHEL: Er is een hoop onrust in de wereld. En hier gaat het om, wat er allemaal gebeurt. Veel oorlogen draaien om grondstoffen. Heel veel gedoe in de wereld draait om grondstoffen. Er wordt gigantisch veel geld verdiend aan grondstoffen. Maar er zijn ook heel veel mensen die daar de prijs voor betalen.
PEPIJN: We zien de afgelopen jaren de spanningen toenemen in de wereld rondom grondstoffen, rondom gebieden waar spanning ontstaat door controle over die kritieke grondstoffen.
LYKLE: De discussie gaat over Oekraïne, maar ook over Groenland. Een deel daarvan gaat over wat er in de grond zit daar.
PEPIJN: En ondertussen gebeurt er heel veel in Afrika. Afrika is rijk aan grondstoffen, aan mineralen en aan ertsen. Allemaal essentiële onderdelen voor elektronica.
LYKLE: En ook steeds meer overladen met afgedankte eindproducten.
PEPIJN: Ook dat, zeker. Wie die essentiële bodemschatten in handen heeft, domineert ook het wereldtoneel. Dat is in toenemende mate belangrijker, en in toenemende mate levert dat ook meer spanning in de wereld op.
LYKLE: Moet je dit dan platslaan naar: hoe minder nieuwe apparaten we gebruiken, hoe makkelijker de grondstoffenstrijd is? Of ben ik dan te kort door de bocht?
RACHEL: Nou, ja, hoe minder... Die grondstoffen zijn uiteindelijk uitgeput. We hebben de grondstoffen voor twee zaken nodig: de energietransitie en IT. Dat zijn twee vraagstukken. Ik denk dat we als mensheid ontzettend kundig en vaardig zijn om slimme oplossingen te bedenken voor grondstoffen die we al uit de grond hebben gehaald. Dus dat we echt gaan recyclen, repurposen of refurbishen, om het maar met hippe termen te benoemen. Het belangrijkste in die hele grondstoffentransitie, omdat er zoveel mensen in de wereld de prijs betalen, dat zijn die arme mensen die het uit de grond halen of het moeten opruimen, die geen leefbaar loon hebben, dat wij hier aan deze kant van de wereld de verantwoordelijkheid hebben om zuinig met apparaten om te gaan, om oplossingen te verzinnen dat we niet nieuwe grondstoffen nodig hebben, maar dat we dit anders met elkaar gaan organiseren.
LYKLE: Dus veel meer denken in: wat ging vooraf aan het moment dat ik nu even snel een TikTok-filmpje maak of een chatbericht stuur.
PEPIJN: Bewuster met data betekent bewuster met devices, betekent uiteindelijk minder grondstoffen.
RACHEL: We hebben natuurlijk ook een vraag meegenomen. Dat is de vraag: welk aardmetaal is nodig om een smartphone te maken?
LYKLE: Dat is de eerste vraag die we ook aan jullie stellen, kijker. Je kunt hem in de poll gaan beantwoorden. Mocht je dit webinar ondertussen al lekker fullscreen gezet hebben, dan is het verstandig om hem even uit fullscreen te halen, want anders zie je de poll niet. Welk aardmetaal is nodig om een smartphone te maken? Is dat indium, tantaal of lithium? Het zijn niet de enige materialen die we nodig hebben, maar dit zijn een paar die best moeilijk te krijgen zijn.
RACHEL: Dit zijn drie essentiële metalen die nodig zijn in heel veel apparaten, maar de vraag is dus: welke van de drie is 't meest noodzakelijk voor de smartphone? Maar eigenlijk in alle apparaten die praten met het wereldwijde web, dus ook je router. Stel je voor dat heel veel geld hebt en zo'n koelkast hebt die praat met de supermarkt, ook daar zitten allerlei chips in voorzien van die aardmetalen. Je ziet ze niet. Ze zijn superklein eigenlijk. En toch hebben we ze in hele grote massa's nodig...
LYKLE: Tot en met de kabeltjes die je gebruikt om je apparaten mee op te laden of te verbinden. Daar zit ook steeds vaker best veel superkleine elektronica in. Daar ben je je misschien niet eens van bewust. Veel mensen denken dat lithium absoluut noodzakelijk is. We komen het ook tegen als onderdeel van batterijen en accu's, dus het is niet raar dat mensen het zeggen. De tweede, tantaal, daarvan denkt iedereen: die bestaat niet eens. Er zijn maar heel weinig mensen die erop stemmen. Het was een strikvraag, lieve kijker, want ze zijn alle drie nodig. Zijn ze in gelijke hoeveelheden nodig?
RACHEL: Dan vraag je heel veel details, want zo technisch ben ik niet. Maar zonder deze drie metalen kan je eigenlijk geen smartphone maken. En deze metalen komen ook uit alle windstreken van de wereld. De een komt voornamelijk uit Afrika. Met die mijnen, denk maar even weer aan dat plaatje. Oekraïne is nu een plek waarvan ze denken: daar zitten heel veel van dit soort metalen. Tantaal komt volgens mij uit China, maar wordt ook in Brazilië gevonden. Wat in ieder geval helder is: deze aardmetalen komen niet uit Europa. Dus als Europa zijn wij superafhankelijk van die andere continenten, waar heel veel gedoe en toestanden zijn. Maar onderaan de streep is er een hele grote groep mensen op de wereld die echt de prijs betalen voor onze honger naar apparaten.
LYKLE: Dit lijkt in heel veel aspecten op het verhaal over onze kleding. Welke materialen worden gebruikt? Zijn die milieuvriendelijke geteeld? Maar vooral ook: is de keten waarin ze verwerkt worden tot kleding menswaardig?
RACHEL: Vandaar dat ik het ook zo belangrijk vind dat we die Sustainable Development Goals goed positioneren op die keten van hoe dan een smartphone van niks naar uiteindelijk weer hopelijk een herbruikbare smartphone te maken. Die mensen die onderaan de keten staan krijgen helemaal geen leefbaar loon. Ik word er soms verdrietig van, dat ik denk: wat moeten we nou doen om te zorgen dat het veel eerlijker verdeeld wordt en dat iedereen gewoon een acceptabel, mooi, leefbaar leven kan leiden.
LYKLE: Wat we nu heel evident gepresenteerd krijgen, is dat die footprint, waar we het ook vaker over hebben, die gaat niet alleen maar over je eten, kleding en het energie van je huis, maar het gaat ook echt over alle andere zaken van je werk- en privéleven als je het hebt over digitale zaken. We hebben nog een mooie quiz, of niet?
RACHEL: Ja, we hadden er nog eentje.
In beeld: Hoeveel apparaten als laptops en mobiele telefoons worden jaarlijks aangeschaft in Nederland? 21 miljoen apparaten, 32 miljoen apparaten of 43 miljoen apparaten?
LYKLE: Hoeveel apparaten als laptops en mobiele telefoons worden jaarlijks aangeschaft in Nederland alleen? Denk eraan: Nederland heeft ondertussen 18 miljoen inwoners. Dat aantal blijft stijgen. (LYKLE LACHT) Alhoewel steeds meer mensen oud worden en 'n keer afscheid van ons zullen nemen, maar voorlopig is de lijn nog stijgende. Dus hoeveel apparaten kopen we per persoon in per jaar?
PEPIJN: We hebben veel devices. Hoeveel devices heb je zelf?
LYKLE: Ik zie het al een beetje lopen. Hier zijn de mensen al wat meer ingetuned. Dit wordt nu een strijd tussen de laatste twee antwoorden. Maar dit gaat over nieuwkoop, niet eens over tweedehands.
RACHEL: Nee, dit zijn echt cijfers over... Dan moet je wel nadenken: het gaat niet alleen over laptops, smartphones en e-readers. Er zijn gigantisch veel apparaten in je huishouden of in je organisatie die geconnect zijn met het wereldwijde web. Data komen niet vanzelf van A naar B. Dat voelt wel zo, dat je denkt: het zit in een cloud, het is magisch. Maar er is ontzettend veel apparatuur nodig om iets van A naar B te krijgen in die dataopslag. Dat is ook wel mijn queeste van afgelopen jaar. Om dat veel meer leefbaar, tastbaar te maken voor mensen, van: in data zit een hele lifecycle van apparaten om te zorgen dat dat komt. Als ik naar de uitslagen kijk, heeft 47 procent het niet goed. Of eigenlijk meer.
PEPIJN: Want het is...
RACHEL: 43 miljoen apparaten.
LYKLE: Is dat over het afgelopen jaar gerekend?
RACHEL: Over 2023 zijn deze cijfers.
LYKLE: En wat is de langeretermijntrend? Is het elk jaar zoveel, minder of meer?
RACHEL: Wat ik in de trend zie... We krijgen steeds meer apparaten tot onze beschikking. Het is ingewikkeld. Ik heb m'n laptop thuis. Daar liep Windows uit. Het was een prima apparaat, 9 jaar oud. Het werd niet meer ondersteund, dus ik werd gedwongen een goed apparaat toch te vervangen.
LYKLE: Vanwege de softwarelicenties.
RACHEL: Echt met pijn in m'n hart heb ik hem netjes naar de urbanminingindustrie gebracht, zodat ze hem kunnen gaan hergebruiken. Maar dat maakt het ook zo complex.
LYKLE: Dus, lieve kijker, de aantallen zijn nog groter dan je misschien al dacht. We komen straks nog terug op die aantallen.
RACHEL: Wat je ook moet bedenken: 43 miljoen apparaten worden op een dag ook weer afgeschreven. Dat is een enorme berg. Wat gebeurt er met die berg? Als je kijkt naar wat er gerecycled wordt bij grote leveranciers, is dat ongeveer 4 procent van wat ze uitleveren ook echt terugkomt bij zo'n leverancier. 96 procent vindt andere wegen. En een heel groot gedeelte komt dus weer in dat arme Afrika terecht op zo’n berg als afval.
LYKLE: Dan is er geen houden meer aan. Dan is het niet meer alsnog te minen.
RACHEL: Nee. Nou ja, ze halen er wel wat uit. Wat er gebeurt, is dat die mensen in die arme wijken er een vuurtje onder zetten om dat plastic weg te smelten. Dan kunnen ze wat uit het beetje ijzer of lithium halen waar ze een beetje geld aan verdienen. Maar dat is hartstikke slecht voor het milieu. Dat gesmolten plastic loopt in het milieu weg.
LYKLE: Het is ook minder effectief, want je hebt niet de perfecte scheiding van alle materialen.
RACHEL: Het liefst zou ik willen dat er statiegeld op alle apparaten komt, maar met flesjes vinden we het al ingewikkeld.
PEPIJN: Het is goed om je apparaat in te leveren. Wat we nu zien, met name ook zakelijk, is dat je na drie jaar een nieuw device thuisgestuurd krijgt en dat het oude device niet wordt ingeleverd. Dat het toch vaak in de kast blijft liggen, van: waarom zou je hem inleveren?
RACHEL: En dan praten we nog niet over de snoertjes, adapters en al het andere.
PEPIJN: Overal waar metalen in zitten.
LYKLE: Dat zou iemand zelf makkelijk kunnen doen. De kasten en lades opentrekken, kijken van: heb ik dit niet meer nodig? En terugbrengen naar een plek waar ze er wat beters mee kunnen doen.
RACHEL: Maar dan moet er wel een plek zijn waar je dat kan brengen. Ik begrijp het ook wel. Op die telefoons staan data. Als die telefoon is afgeschreven... Ben je bij je werk, kan je hem binnen Rijksoverheid naar het SSC-ICT brengen. Daar zijn afspraken over. Maar als je thuis bent, moet je moeite doen om het ergens naartoe te brengen. Die moet je ook maar weten te vinden. En dan moet je ook maar zorgen dat die telefoon zo beschermd is dat je denkt: dat durf ik uit handen te geven. Want je hebt het gevoel dat er data op dat device staan.
LYKLE: Je bankierenapp, je persoonlijke foto's, je aantekeningen, waar je geweest bent. 'Kijk, hier heb je m'n fysieke agenda.' Dat doen mensen ook niet graag.
RACHEL: Nee, dus daar zou de overheid meer aandacht aan mogen besteden.
PEPIJN: Met Google kun je een handleiding vinden over je hoe je je telefoon echt goed wist voordat je hem inlevert. Want, inderdaad, die persoonlijke informatie wil je er zeker af hebben.
RACHEL: Maar als je moeder 85 is...
LYKLE: ...dan moeten we elkaar helpen. Het gaat nu over apparaten, maar het gaat ook vooral om de data die we met die apparaten heen en weer sturen en voeden. Hoe gaat het daarmee?
In beeld: Het mobiel dataverbruik van Nederlanders 37 keer hoger in tien jaar tijd; gemiddeld 8,7 GB per maand; het verbruik stijgt niet alleen, maar de stijging is ook steeds sneller en sneller. Daarnaast het schilderij ‘Ceci n’est pas une pipe’ van Magritte.
RACHEL: Dat is het volgende plaatje. Het plaatje, de pijp, dat er bij zit is een mooie schilderij van Magritte. Ceci n'est pas une pipe. Dat is met die data zo boeiend: je ziet het niet. Ja, uiteindelijk op je beeldschermpje dat je zegt: Wat een mooie foto heb ik kunnen delen met m'n vrienden allemaal. Of: Ik heb een mooie e-mail geschreven. Maar dat dataverbruik, die dataopslag is echt niet tastbaar. Maar wat we zien in dat dataverkeer: mobiel dataverbruik onder Nederlanders is in 10 jaar tijd 37 keer hoger geworden dan 10 jaar terug. Dat is echt exponentieel. We gebruiken gigantisch veel gigabyte per persoon.
LYKLE: 8,7 gigabyte per persoon per maand.
RACHEL: Dan denk je: Wat is dat dan? Weet jij dat?
PEPIJN: Onder andere de video's die je kijkt, de videocalls die je doet. Dat zijn de foto's die je maakt met je telefoon. Daar gaat veel data in zitten.
LYKLE: Ik heb ooit onthouden dat als je dit gesprek zou opnemen in alleen audio, dan is het in de beste kwaliteit 1 megabyte tot 100 megabyte maximaal. Dan heb je de allerbeste audiokwaliteit. Maar de videoversie ervan is nog eens tien keer zo groot op z'n minst.
PEPIJN: Daarbij neemt de videokwaliteit elk jaar toe. HD, 4K, 8K, et cetera. Daarmee neemt ook exponentieel de hoeveelheid data toe die nodig is.
LYKLE: Nou moeten we eraan toevoegen dat juist om dat verkeer soepel te houden er allerlei compressietechnieken gebruikt worden. Maar die kunnen ook gevaarlijk zijn. Als je foto's JPEG opslaat, opent, en weer als JPEG opslaat en je blijft dat herhalen, dan hou je vier pixels over van je originele foto. Sommige van die algoritmes kunnen dus je data ook beschadigen. Dat is ook nog wel een overweging. Maar dit houdt dus voorlopig nog niet op?
RACHEL: Nee, en dan komt er nog AI overheen. Volgens mij hebben we daar ook een leuke slide van meegenomen.
LYKLE: Maar misschien gaan we eerst even nog een vraag stellen. Want, beste kijker, we hebben het over gigabytes gehad. Maar een terabyte een jaar opslaan in de cloud, wat zou dat aan CO2-uitstoot kosten? 0,5 ton, 1 ton, 2 ton of 3 ton. Denk erom: een gemiddelde personenauto zit al in de buurt van 2000 kilo. Soms ook dankzij de batterij die er in zit. Moeilijk dat soort balansen. Maar een pasgeboren olifantje is toch gewoon keuze één. Dat is een serieuze hoeveelheid gewicht.
RACHEL: Dat vind ik wel zo boeiend aan dit hele fenomeen van gigabyte, terabyte, zettabyte.
LYKLE: Het is helemaal...
PEPIJN: ...abstract.
LYKLE: Het woord Google komt ook al van een onmogelijk grote hoeveelheid. We kunnen ons dat niet voorstellen.
RACHEL: Nee, dat is bijna niet voorstelbaar. Als je kijkt naar die dataopslag... als het goed is komt daar zo meteen… Even terug naar de aantallen. Daar staan ze. Dan zie je eigenlijk dat...
LYKLE: Er wordt nu getwijfeld tussen de laatste twee opties door de meerderheid.
PEPIJN: Nek aan nek.
RACHEL: We kunnen het makkelijk maken. Het antwoord is 1 ton.
LYKLE: 1 hele ton. 1000 kilo als je een jaar lang een terabyte in de cloud opslaat. Dan staat het ergens in een datacenter. Dat datacenter verbruikt stroom, water voor de koeling, en aan het eind van het jaar heb je 1000 kilo CO2 geproduceerd.
RACHEL: Ja, dat is echt superveel.
LYKLE: Een kuubskist aardappelen, misschien wel meer. (LACHEND) Voor de mensen in de agrarische sector.
PEPIJN: En die footprint van zo'n datacenter zit in heel veel aspecten. Dat zit hem in de server, in de infrastructuur. Daar komen we volgens mij straks nog even op. Het is een heel complex scala van samenwerkende devices, netwerken, die uiteindelijk samen voor het verbruik zorgt, voor de footprint.
LYKLE: Daar komen we nog op terug. We gaan nog even door met meteen de volgende quiz erachteraan om nog even wat duidelijker te krijgen hoe dat staat. Die 1 ton CO2-uitstoot, 1000 kilo, voor een jaar terabyte opslaan in de cloud, is dat net zoveel als 72 keer een enkeltje van Amsterdam naar Parijs met de trein, is dat hetzelfde als zes maanden elektriciteitsverbruik grijs, dus nog niet van de zonnepanelen, door een gemiddeld huishouden in Nederland, of is dat net zoveel als 30 bomen die een jaar lang groeien?
RACHEL: Dat is het weer. Die ton CO2, waar hebben we het dan precies over?
LYKLE: 72 enkele reizen van Amsterdam naar Parijs. Dat betekent dat je meer dan eens per week vanuit Amsterdam naar Parijs vertrekt, en dus ook terug moet komen. Maar dat je dus heel regelmatig een langeafstandstreinreis maakt. Nou is dat verhoudingsgewijs milieuvriendelijker dan het met de auto in je eentje doen. Maar goed. Die andere spreken ook tot de verbeelding. Helemaal als je kunt kijken naar een plekje waar je wat bomen ziet staan. Stel je er eens 30 bij elkaar voor. En hoe groot die worden in een jaar. Vorig weekend, toen het zo mooi weer was, heb ik m'n coniferen een kop kleiner gemaakt. Die waren veel te hoog geworden. Dat was in een jaar tijd en daar heb ik veel werk aan gehad. Niet helemaal hoe 1000 kilo werkt, maar het kan flink groeien.
RACHEL: Het antwoord is a, 72 enkele reizen van Amsterdam naar Parijs. Dat is echt superveel. Qua elektriciteitsverbruik is het acht maanden in plaats van zes, dus nog langer. En als je 1 ton wilt compenseren, zijn dat 50 bomen die een jaar lang moeten groeien...
LYKLE: ...om die ene ton te compenseren.
RACHEL: We verbruiken ongelofelijk veel CO2 met z'n allen. Dus er moet heel veel moeite gedaan worden om te zorgen dat die CO2 uit de lucht wordt gehaald.
LYKLE: Nou hebben we wel het afgelopen jaar geroepen: Dat lossen we op met AI, toch?
RACHEL: Ja...
LYKLE (LACHEND): Pepijn, help ons.
PEPIJN: Ja, AI inderdaad. AI heeft hele mooie kanten, maar ook wat minder mooie kanten. Het energieverbruik van AI is berucht mag ik wel zeggen. AI heeft verschrikkelijk veel energie nodig om getraind te worden. Volgens mij hebben we daar ook een slide van. En daarnaast: elke vraag die je stelt aan een AI-systeem als ChatGPT... Kijk, hier staat die. Je ziet het staan. Het ontwikkelen en trainen vraagt evenveel energie als 1000 auto's die elk 1000 km rijden, oftewel 500 ton. Dat is enorm. En het stellen van vragen, je ziet het hier ook staan... Eén vraag is evenveel als het opladen van je mobiele telefoon. Dus je zou AI kunnen gebruiken om energiezuiniger dingen te doen, maar voordat je dat kunt, moet je wel een getraind model hebben.
LYKLE: Er is enorm veel in geïnvesteerd. We focussen nu vooral even op de energie- en de watervraag, maar we moeten ook niet vergeten dat daar ook zo'n keten is met mensen die onder hele slechte omstandigheden helpen bij het trainen, die ook de meest vreselijke dingen te zien krijgen om ze te categoriseren en de meeste stomme werktijden en omstandigheden hebben om hele repetitieve taken te doen. Dat zit hier ook nog een keer bij.
PEPIJN: Gelukkig zijn er wel steeds meer start-ups met groene AI-systemen, die zo geprogrammeerd zijn dat ze minder energie vergen om te trainen en te gebruiken, en daarnaast ook niet op publieke servers draaien, maar die je zelf kunt draaien. Dus er is wel een kentering gaande, omdat men er nu toch wel achter komt dat het veel verbruikt.
LYKLE: Ik kijk even naar de laatste bullet: de benodigde energie voor het trainen van AI-modellen verdubbelt elke 3 maanden. Het gaat serieus impact hebben op het leven van ons als burger als er zoveel energievraag van één partij in het netwerk zit.
RACHEL: Dat zijn de grote zorgen. En nogmaals: ik geloof ook dat AI heel veel goeds gaat brengen. In de gezondheidszorg, allerlei werk kunnen we beter en leuker maken. Dus AI is echt een tool dat ons als mensheid heel veel kan brengen. Onze oproep is: doe dat dan dus ook vooral duurzaam. Doe het bewust. Probeer echt AI te laten werken voor de mensheid in plaats van dat de mensen alleen maar weer aan het consumeren zijn. 'Doe mij een gezellig, makkelijk getraind modelletje om een of andere flutbijdrage te verzinnen.' Dus je wilt ook niet 'fast AI' hebben zoals 'fast fashion'. Je wilt echt duurzame AI hebben.
LYKLE: Tegelijkertijd: als je aan iets nieuws begint, ben je nog lang niet klaar om te optimaliseren. Dan moet je ontdekken waar je dat kan doen. Dus misschien is dit een fase waar we doorheen moeten, maar ik wil nu wel even de uitspraak horen. Je zegt zelf: Ik denk dat AI ons ook veel goeds kan brengen. Dus het is niet zo dat iedereen nu als de wiedeweerga moet gaan stoppen om te kletsen met ChatGPT, plaatjes te maken met Midjourney, en noem al die dingen maar op.
RACHEL: Dit is een gewetensvraag.
LYKLE: Maar dat is eigenlijk al dit.
RACHEL: Bij allerlei nieuwe technologieën, wat je terecht zegt, moet je door een soort stormfase heen dat dit uiteindelijk ten goede keert. Alleen de vraag is: lukt het ons als mensheid om het ten goede te laten keren? Met fast fashion proberen we ook al jaren te roepen: 'Dat moet anders. We moeten geen kleren kopen.' En dan zie je leuke oplossingen als Vinted of tweedehandswinkels. Maar als we niet uitkijken, zijn we zo doorgeslagen dat we bijna niet meer terug kunnen. Dat is dus wat je ziet. Misschien is dat een bruggetje, laat ik hem toch maar zeggen... Voor AI heb je ook datacenters nodig, want het moet ergens opgeslagen worden. Nederland is een datacenterland. We hebben relatief heel veel datacenters in Nederland. Dat betekent dus dat we dit wel doen, maar dat we zoveel energie nodig hebben dat we in die energietransitie data- of netwerkcongestie hebben.
LYKLE: Veel datacenters in verhouding tot het aantal inwoners, ons grondoppervlak?
RACHEL: Grondoppervlakte. Nederland heeft zo'n 250 datacenters.
LYKLE: Ik zie ineens een parallel met de vleesindustrie.
RACHEL: Het is een bewuste keuze van de overheid. De kabels komen ook bij Katwijk aan land, dus het is goed dat we in Nederland economisch hierin investeren. Maar als je naar een land als China kijkt, heel veel groter dan Nederland, daar zijn 500 datacenters. Wel het grootste datacenter van de wereld staat er, ongeveer 1 miljoen m2. Maar goed, die AI moeten we ergens kwijt. Daar hebben we datacenters voor nodig. Cloud bestaat niet. Cloud is een slimme plek hoe je die datacenters met elkaar verbindt en gebruikt.
LYKLE: De cloud is niet magisch, letterlijk de wolken in en het kost niks. Nee, je moet er infrastructuur voor neerzetten en iemand moet dat financieren, iemand moet dat aanzetten.
PEPIJN: De cloud is iemand anders z'n computer.
LYKLE: Nou. Hier gingen we vorig jaar ook doorheen tijdens dit gesprek, dat je denkt: Potverdorie zeg, het valt wel tegen.
RACHEL: Nou ja, dat niet. Wat je zegt: waar je mee start, is denk na over je dataopslag. Dat moet je als organisatie doen. Ik denk ook dat je als individu daar ook een verantwoordelijkheid in hebt. Dus we hebben daar ook een plaatje voor meegenomen. Dit is natuurlijk waar we nu mee bezig zijn.
LYKLE: We verwachten dit kalenderjaar ruim 181 zettabyte. Wie verzamelt dat dan? Nederland, Rijksoverheid, wereldwijd?
RACHEL: Dit komt volgens mij van de Verenigde Naties, dit cijfer. Het is ook een inschatting. Ik denk ook elke keer: Hoe meet je dit dan? Dit zijn natuurlijk rekenmodellen, misschien wel AI, die zoiets berekenen. Maar als je dan denkt: '181 zettabyte, wat is dat dan?', dan maken ze de parallel dat het alle zandkorrels op de wereld zijn. Of als je 181 zettabyte op dvd'tjes zou branden dat je ze 23 keer achter elkaar kan leggen naar de maan en weer terug. Dus we hebben gigantisch veel data.
PEPIJN: Niet te omvatten.
LYKLE: Nee, echt niet te bevatten.
RACHEL: En dat is van dit jaar, dus met AI erbij. Daar maakt men zich dus zorgen over, dat dat exponentieel maar blijft groeien. Dat komt ook omdat we niet opruimen.
LYKLE: Ah, dat klinkt als een handelingsperspectief op z'n minst.
RACHEL: Een zeer goed handelingsperspectief. Dat is ook het overgangetje naar wat we het tweede halfuur willen bespreken, namelijk groeten van de databerg. Volgens mij zou jij deze slide doen, Pepijn.
PEPIJN: Ja, want als we het over data hebben zie je dat maar 14 procent van de data die we gebruiken 'business critical' is, oftewel data waar we echt wat mee doen. 32 procent van die data die we hebben is overbodig, verouderd, was ooit business critical, maar nu niet meer. Maar hoe verder we naar beneden gaan... 54 procent data is al niet meer herleidbaar binnen de organisatie, was ooit relevant, maar niemand weet meer waarom en wanneer. En 68 procent van de data wordt helemaal niet meer gebruikt, staat ergens opgeslagen op een server, maar niemand weet waarom en waarvoor.
LYKLE: Alsof je een gang vol met kamers met kasten hebt met dossiers erin waar nooit meer iemand een hand oplegt.
RACHEL: Je wilt natuurlijk niet teruggaan naar vroeger. Maar vroeger had je een archivaris. Die zat vaak in de kelder. Die had mooie dozen. Die werden gevuld. Op het moment dat het archief vol zat, gingen we opruimen en kwam er een grote container... Ik kom uit het facilitair domein, dus dat kan ik me goed herinneren. Dan kwam er zo'n vrachtwagen, gespecialiseerd om alles te vernietigen. Dan werden er keuzes gemaakt. De informatiehuishouding aan de voorkant, de hardcopyversie, moest goed georganiseerd zijn. In de cloud wordt dat ingewikkelder, want wat staat waar? En zit er nou ook data aan waarvan je zegt binnen de Rijksoverheid: 'Dit mag weggegooid worden'? Daar zijn systemen voor. Bij Logius werken we met Doc-Direkt.
LYKLE: Digidoc, en allerlei andere versies van documentmanagementsystemen.
RACHEL: Ja, maar als je dan naar je eigen pc of laptop kijkt... Dat is ook een oproep aan de ambtenaren die dit webinar bekijken: ga eens na wat je ergens op een schijf hebt staan, wat je ook nog op je laptop hebt staan, wat je misschien nog met vijf mensen gedeeld hebt. Het is supermakkelijk om te delen. Dat was vroeger met kopiëren en printen ook al. Maar online is dat veel makkelijker.
LYKLE: Wellicht dat het ook een rol heeft gespeeld... Er is een soort democratisering gekomen door digitale producten op het maken van content, het maken van documenten, presentaties, spreadsheets, noem het maar op.
PEPIJN: En het verspreiden ervan.
LYKLE: Digitale artefacten. Dat kon dus ook allemaal vrijelijk gebeuren in heel veel organisaties, zonder dat het direct geraakt werd door die hele formele archiveringsregels en dergelijke. Dat werkt elkaar dan ook op de verkeerde manier in de hand.
RACHEL: Zeker. Het is ook wel grappig, en om deze reden dat we met elkaar verbonden zijn. Op het moment dat je in dienst treedt bij een organisatie, is het zelden dat je les krijgt in: wat zijn de afspraken met elkaar hier hoe we die data bewaren? We gaan er maar vanuit dat je binnenkomt en dat je met Outlook kan werken en dat je weet hoe je moet opslaan. Iedereen doet het een beetje gevoelsmatig vanuit je beste intentie. Maar hierdoor krijg je een soort van woekering van data. Dus wat wij bij de duurzame CAO doen, daar komen we later nog op terug, is echt het ontwerpen van een e-learning dat als mensen in dienst treden dat we mensen trainen: wat zijn de afspraken, de werkwijzes hier? En hoe ga je nou zorgen dat belangrijke informatie, in het kader van de Wet openbare overheid, goed wordt opgeslagen, terug te vinden is, maar dat het je ook helpt om digitaal fit te blijven.
LYKLE: Want daar komen die dingen ook weer samen. Je zou het niet alleen maar doen om minder CO2 te verstoken, je zou het ook doen om transparanter te kunnen zijn, zaken makkelijker vindbaar te maken en dus ook succesvoller samen te kunnen werken, omdat je minder tijd verdoet aan zoeken naar: wat is de laatste versie?
PEPIJN: Het is de Maand van de Digitale Fitheid. Daar past dit perfect in. Want door minder data te hebben is het overzichtelijker, kun je het makkelijker terugvinden en ben je uiteindelijk productiever.
RACHEL: Vorige week zag ik een onderzoek. Een gemiddelde kenniswerker is per dag ongeveer één tot twee uur aan het zoeken naar bestanden. Die data staan ergens opgeslagen en niemand weet waar het mogelijk zal zijn. Heb je wel de goede versie of heeft iemand in jouw versie zitten sleutelen en je kan het niet vinden? Ik zeg altijd: Niemand komt aan het einde van de dag van z’n kenniswerk en zegt: 'Ik heb vandaag lekker zitten e-mailen en twee uur zitten zoeken. Dat is mijn toegevoegde waarde aan de BV Nederland.' Dat beter met elkaar organiseren, is gewoon hartstikke essentieel.
LYKLE: En daar gaan ze dus ook hand in hand. Je noemt die getallen. Uit ander onderzoek blijkt ook dat 240 uur op jaarbasis voor een kenniswerker, dat die op die manier tijd verdoet. Daarbovenop komt nog hoe handig hij of zij wel of niet met z'n apparaat is. Dat kan ook tussen de 4 en 40 uur op jaarbasis schelen. We compenseren ook nog voor dingen die we wel wisten, maar niet terugvinden. Uiteindelijk telt het op tot tussen de 500 en 1000 uur per jaar dat een organisatie, niet alleen overheden, per medewerker kwijt zijn aan dit soort onhandigheid. Je zou niet alleen heel veel CO2 besparen, maar je zou ook enorm veel winnen in je eigen effectiviteit en die van collega's.
PEPIJN: En daarmee arbeidsvreugde.
RACHEL: Je werkt gemiddeld 1640 jaar als je fulltime werkt.
LYKLE (LACHEND): 1640 jaar of uur?
RACHEL (LACHEND): Uur, sorry. Anders word je wel heel oud. Dus als je dan al 500 uur van die 1640 uur aan het zoeken bent, dat kunnen we toch beter besteden.
LYKLE: Je zou nu dus al meteen een heel happy gevoel kunnen krijgen van: Ik ben minder CO2-afval aan het veroorzaken door minder kopietjes te versturen, meer op te ruimen. Dat is het ook. Het is niet zo van: ik heb m'n mailtje gelezen, ik sleep het in een mapje ergens in m'n Outlook-archief en daarna stopt het met energie verbruiken.
PEPIJN: Het is niet weg.
RACHEL: Als je zegt: een gemiddeld e-mailtje is 7 gram CO2, zonder bijlage, maar dat is inclusief vijf jaar bewaren ergens in een cloud, op een server. De bewaartermijn zit er ook echt in. In een archief heb je de ruimte nodig en zit het in een doos als het hardcopy is, maar als het digitaal is, dan staat het ergens te staan. Daarvoor heb je elektriciteit nodig, water, apparaten om het op te slaan. Het staat niet stil.
PEPIJN: Ter verbeelding hebben we vanuit de pilot duurzame CAO Rijk ook een installatie laten ontwikkelen door een aantal ontwerpers die met ballonnen aangeven hoeveel CO2 er nou eigenlijk in een mailtje zit. Dan schrik je. Dat zijn best grote ballonnen.
LYKLE: We moeten stoppen met hamsteren. (GELACH)
In beeld: een hamster achter een toetsenbord.
RACHEL: Ik vind dit altijd een heel zoet plaatje. Ik roep overal waar ik kom: We zijn met z'n allen digitale hamsters geworden. We zijn alleen maar data. Allemaal fijn, al die foto's. Dit is het handelingsperspectief. Hier moeten we over nadenken. Een hamster bewaart alleen eten wat die in de winter nodig heeft. Die gaat niet heel veel zitten hamsteren om het nog vijf jaar te bewaren. We moeten veel meer op maat nadenken: wat willen we nou bewaren?
PEPIJN: Bewuste hamster.
LYKLE: En niet de eekhoorn, want die is heel vergeetachtig. Daarom heeft die veel verschillende plekjes. De hamster is het betere dier, om een vergelijking te maken. We gaan even terug naar jullie, beste kijkers. Deze keer mag je zelf het antwoord invullen. Je mag zelf selecteren, bedoel ik. Het is geen goed-of-foutvraag. Maar heb je enig idee hoeveel foto's je op dit moment hebt staan op je mobiel?
In beeld de antwoordmogelijkheden: ±100, ±1000, ±5000, ± meer dan 10.000.
Het is een poll. We zijn heel benieuwd. Ik zou voor mezelf al twijfelen of ik niet 'd' aan moet tikken, want ik heb ergens in 2008 m'n eerste iPhone gekregen. Vervolgens ben ik ook in dat ecosysteem doorgegaan, dus ik heb een fantastische geschiedenis. Het is heerlijk om foto's van m'n kinderen terug te zien, van reizen die ik gedaan heb. Dus ik denk dat het er echt wel heel veel zijn.
RACHEL: Een foto is een fantastisch moment. Vaak stel ik deze vraag ook bij workshops of presentaties die ik geef. Dan gaat men allemaal braaf naar z'n telefoon. Dan zeg ik: Toen mijn overgrootouders in 1918 trouwden... Twee foto's. Dat was echt een speciale foto. Die hangt heel mooi bij m'n moeder thuis. Ga nu naar een gemiddelde bruiloft... Je hebt een fotograaf, die maakt er een paar honderd. Al je bezoek maakt ook een paar honderd bij elkaar. Dan heb je vaak nog iemand die een video opneemt. Dus het is enorm geëxplodeerd. Dan heb je al die trouwfoto's. Durf je dat weg te gooien? Ik heb een hondje, ben ik heel gek van. Ik heb foto's van toen hij puppy was. En ik voel het zelf ook, dat ik denk: durf ik dit weg te gooien? Dit is zo'n mooi moment.
LYKLE: Maar daar kan je ook op een andere manier naar kijken. Ik gaf het voorbeeld van een Apple-apparaat. Ik gebruik die iCloud-service. Dan wordt het gesynchroniseerd naar de servers van Apple en naar andere apparaten van mij. Maar ik kan ook best zeggen: 'Deze foto wil ik bewaren. Die sla ik op op een usb-stick, een solid state harde schijf.' Die zijn tegenwoordig niet meer zo groot. 'Dan leg ik die ver weg in de kast. Dan heb ik hem wel, maar neemt het geen stroom.'
RACHEL: Je moet dus een extra handeling doen. Het is net zoals je statiegeldflesjes naar de winkel brengen. Er moeten extra handelingen gebeuren om dit goed op te slaan. Ik zit te kijken of we nog naar de poll terug kunnen, de resultaten. Ik krijg er heel vaak boze reacties op. Mensen die zeggen: Ik heb lekker veel foto's. Gemiddeld zie ik dat mensen 5000 foto's ongeveer op hun telefoon hebben staan. Ikzelf ook. Ik probeer tegenwoordig echt op tijd weg te gooien. 5000 dus. Maar ik kom ook mensen tegen, die hebben 60.000, 70.000 foto's. Dat gebeurt. Dan maak je een gezellige foto, doe je klik, klik, klik. Dan heb je er 10. Dan kies je de beste uit voor Instagram, WhatsApp, maar de rest gooi je niet weg.
LYKLE: We zien in de poll: de eerste optie zijn minder mensen. De laatste optie zijn er meer, maar minder dan de middelste twee.
PEPIJN: 100 foto's vind ik bemoedigend.
LYKLE: Enkele duizenden. Nog steeds wel flinke aantallen. Zullen we nog eens een vraag erachteraan doen? Die hebben we ook nog. Dit was weer een digitaal ding. O ja, één stapje terug. Hoe gaan we nou aan de slag? We hebben al een paar dingen genoemd, maar jullie zijn de experts. Dus waar vinden jullie dat we moeten beginnen?
RACHEL: Het begin is om na te denken over je digitale fitheid. Als het jezelf raakt, als je er last van hebt, dan is het het makkelijkst om te gaan handelen. Ik daag ook iedereen die naar dit webinar luistert of kijkt uit: denk eens na hoeveel tijd je kwijt bent met zoeken. Wil je daar geen ander handelingsperspectief op? Dat is denk ik heel belangrijk. Alhoewel ik ook van mening ben dat we heel veel systemisch kunnen oplossen. Dat het vraagt om nieuwe technologieën. Onze e-learning moet daarbij gaan helpen. Dat je skills, kennis en vaardigheden krijgt om het goed te doen. Die foto's op je telefoon, kan je die niet op een andere manier ergens bewaren? Daar moet je wel kennis voor hebben en je moet er skilled in zijn.
PEPIJN: Ander voorbeeld. Er wordt heel veel gemaild binnen Rijksoverheid. Iedereen mailt alles aan iedereen, iedereen staat in de cc. Dat kan ook anders. Dat kan je ook met Teams via een chat doen bijvoorbeeld, waardoor je niet al die mailtjes rond hoeft te sturen, waarbij je een linkje stuurt naar één document in plaats van dat je het document als bijlage meestuurt. Dat zijn al enorme verbeteringen die je kunt aanbrengen.
RACHEL: Dan moet wel de samenwerkingsruimte het doen. Dus het is ook een oproep naar de collega's die deze IT-technologie verzorgen. Het vraagt om echt integraal nadenken met elkaar, waarin je HR nodig hebt, die zegt: We gaan zorgen dat mensen de juiste skills en vaardigheden hebben. Je hebt de IT-mensen, die zorgen dat het systeem het doet.
LYKLE: En datgene het makkelijkst maakt wat het beste voor ons allemaal zou zijn.
RACHEL: Ja, en dan heb je ook nog de manager nodig, die daarop managet. We hebben ook een slide meegenomen van: hoe ga je dan aan de slag? Laten we toch maar eerst die van de organisatie nemen.
In beeld: Hoe ga je aan de slag? Voor jezelf: Wees je bewust dat ook IT een voetprint heeft; ruim je mailbox op, ook thuis; minder beeld; recycle apparatuur of geef het door; gebruik een groene zoekmachine. Als organisatie: Informatiehuishouding op orde; ontdubbel of verklein het digitale archief; ontwikkel duurzame tooling zodat medewerkers o.a. slim data delen; denk na over databudgetten; check of de organisatie een e-wastebeleid heeft, voorkomen is beter dan genezen; sten een green(e-)team samen; check de IT-keten (leveranciersmanagement en contractmanagement).
PEPIJN: Beleid.
RACHEL: Beleid. Is je informatiehuishouding op orde? Dat is echt de eerste vraag. Er zijn afdelingen voor die dit met hart en ziel doen, en toch bereiken ze niet alle ambtenaren. Dus ik denk dat hier een opgave ligt om te zorgen dat we daar met elkaar juiste afspraken maken, dat het beleid klopt. Als je die informatiehuishouding op orde hebt, dan kan je dat ontdubbelen doen. Dan kan je zorgen dat mensen dat verkleinen of ontdubbelen. Wat ik al zei: er moet tooling zijn, zodat medewerkers dat goed kunnen doen. Dat je niet loopt te zoeken waar. M'n eigen ergernis met de samenwerkingssites. Bij Defensie moet ik echt een omweg doen om te zorgen dat iemand aangesloten is. Als je haast hebt, ook ik ben niet roomser dan de paus, dan denk je: 'Jemig, toch maar even een pdf'je meesturen.' En dat wil je niet. En wat ik heel leuk vind, zijn die databudgetten, hè, Pepijn.
PEPIJN: Wat we nu zien is dat de mailboxen elke keer worden vergroot, zodat mensen maar geen mail hoeven weg te gooien en er geen klachten komen bij de helpdesk over 'mijn mailbox is vol'. Maar dat is niet wat je wilt. Eigenlijk zou je juist die mailboxen misschien wel moeten verkleinen en mensen daarbij moeten dwingen om hun mail op te ruimen, om die prullenbak eens leeg te gooien.
LYKLE: En als ze goed ondersteund worden in hoe ze die keuzes maken wat wel of niet bewaard moet worden en waar, dan wordt dat ook makkelijker.
PEPIJN: Je ziet dat SSC-ICT ook wel tools ter beschikking stelt om mail te archiveren, los van de server. Dus die dingen zijn er wel, maar digitale fitheid, je moet het weten en kunnen.
RACHEL: Ja, dus die organisatie heeft daar een verantwoordelijkheid in. E-waste. Zonder apparaten kan je geen data met elkaar delen. Dus zorg dat je als organisatie echt een e-wastebeleid hebt, want voorkomen is beter dan genezen.
LYKLE: Bijvoorbeeld ook dat als een apparaat z'n levensduur gehad heeft dat het ook netjes ingenomen wordt, zodat de kans het grootst is dat het hergebruikt, repurposed, gemined kan worden voor materialen.
RACHEL: Ja, dat betekent dus dat het apparaat dat je gaat inleveren echt ontdaan is van alle pincodes, simlocks en wat dan ook, dat het hergebruikt kan worden. En dat die data ook niet nog op het apparaat staat.
LYKLE: Kleine overlap met cybersecurity.
PEPIJN: Voor de zakelijke apparaten is het allemaal goed geregeld. Als die apparaten worden ingeleverd, worden ze netjes geschoond en kunnen ze daarna of worden gerecycled, of voor maatschappelijke doeleinden worden ingezet. Maar dan moet het wel worden ingeleverd.
LYKLE: Als dat niet gebeurt, dan is de rest zoek. Helder.
RACHEL: Binnen Logius, leuk om te benoemen, hebben wij een Green Team. Dat is wel een heel fijn 'instrumentarium', een groep mensen. We zijn nu met z'n tienen ongeveer. Echt groen-ambassadeurs die dit heel belangrijk vinden. Nadenken over je digitale dataopslag bespreken we ook vaak in het Green Team. We geven gevraagd en ongevraagd advies aan de directie. Dat is een mooi instrument in een organisatie om die verduurzaming te versnellen en aan te jagen. Het zijn mensen uit de dwarsdoorsnede van de organisatie.
LYKLE: Dan heb je ook draagkracht en contact.
RACHEL: Wat ook een hele belangrijke is, is met je leveranciers contact te hebben, want bij die dataopslag zit een enorme keten van partijen in die allemaal belang hebben bij dat die data worden gestored. Dat betekent leveranciersmanagement, contractmanagement, dat dit een gesprekspunt is dat je met je leveranciers bespreekt. Hoe ga je om met je data?
PEPIJN: En meenemen in contracten.
RACHEL: Dus dat als organisatie. En voor jezelf. Wees bewust dat IT footprint heeft. Het is echt fantastisch als je je kinderen kan laten gamen, of 's avonds nog even een voetbalwedstrijd kan zien op een andere manier. Het is heel fijn dat het leven zo is georganiseerd. Maar het heeft een footprint. We zijn natuurlijk nu bezig om ambtenaren, kenniswerkers binnen Rijksoverheid, na te laten denken over hun data. Maar ook thuis heb je ook je digitale archief. En minder beeld. Het is natuurlijk heel ingewikkeld.
LYKLE: Dit gaat over videoconferenties?
RACHEL: Videoconferenties, video on demand, alles wat je aan het doen bent. Als je met meer dan tien mensen in een online vergadering zit, dan kan je ze toch niet alle tien zien. Zet je beeld uit, want dat is besparend en zorgt dat er minder waterverbruik is.
PEPIJN: Zowel data als energie.
RACHEL: Recycle je apparatuur en gebruik groene zoekmachines. Dat vind ik zelf ook ingewikkeld. Gisteren zag ik een chat op LinkedIn voorbijkomen met allerlei adviezen over goede AI-tools die je kon gebruiken. Ik miste de duurzame, dus die heb ik even toegevoegd. Is er ook een duurzame AI-chat? En misschien moeten we daar ook als Rijksoverheid, of in ieder geval de partijen die dit faciliteren, dat die echt moeten zeggen: wij gaan voor groen.
LYKLE: Ik dacht dat we ook nog de mensen thuis gingen vragen naar hun mobiele telefoons.
PEPIJN: Daar ben ik benieuwd naar.
LYKLE: Wat heb je thuis nog aan afgedankte telefoons in een la of kast liggen?
In beeld de antwoordmogelijkheden: 0, 1 tot 4, 5 tot 9, meer dan 10.
LYKLE: Je mag weer kiezen. Geen goed antwoord. Maar als je iets anders aanklikt dan de eerste twee, dan heb je kansen laten liggen om materiaal te recyclen. Je ziet vrij vaak wel dat als je een nieuwe telefoon koopt, dat je je oude in kan leveren en er misschien nog geld voor krijgt. Maar als je heel zuinig bent op je telefoon en zo oud is dat die niks meer waard is, is het dan nog steeds de moeite om hem netjes te laten innemen?
RACHEL: Altijd. Elk device dat je al 10 of 15 jaar in een kast hebt liggen, in het kader van urban mining... Want er zijn echt fantastisch goede recyclebedrijven in Nederland die op heel verantwoorde manier de ertsen en mineralen eruit halen, alles wat bruikbaar is. Je kan ze ook voor goede doelen inleveren, voor Stichting AAP of CliniClowns.
LYKLE: Dan gaan eventuele opbrengsten naar hen.
RACHEL: Daar gebeurt heel veel, in dat urban mining. Maar ik denk dat je nog gigantisch veel kan winnen met urban mining. Dus alles wat in je kast ligt.
LYKLE: De meerderheid van de mensen heeft één tot vier telefoons in de la liggen. Niemand heeft er meer dan tien liggen, denkt die. (LACHEND) Sorry, hoor, ik zou even checken. Maar er is nog wel wat te winnen. Ik snap ook dat je een telefoon achter de hand houdt als reserve voor het geval je actieve telefoon stuk gaat. Maar vier voor één persoon is misschien wel een beetje veel.
RACHEL: Op een gegeven moment lopen ze ook uit, en worden ze niet meer ondersteund. Accu's gaan stuk. Maar ook met je snoeren en alle randapparatuur. Als je het niet meer gebruikt, ruim het op. Je wil geen hamster zijn. Je kan niet alles bewaren.
LYKLE: En ook voor de ruimte in je huis is het fijn als het niet meer in de weg ligt, je niet eerst nog die doos opzij moet zetten voordat je bij de andere dingen kan.
PEPIJN: Je doet er niks mee, hebt er niks aan. Terwijl als je het inlevert, kan het hergebruikt worden.
LYKLE: Heb je toch weer een paar karmapunten ook. Het kwam net al ter sprake. Pepijn, volgens mij mogen we nog even naar impact. O, eerst deze nog even. Bewaren of weggooien?
In beeld: Bewaren of weggooien? Belangrijke documenten; beslissingen; reconstructieproces. Noot: het proces waarin je werkt moet gereconstrueerd kunnen worden aan de hand van de bewaarde documenten en e-mails.
RACHEL: Vorig jaar hebben we die ook gehad. De Rijksoverheid heeft heel veel al gedaan aan richtlijnen. Dus als je naar het Rijksportaal gaat, kan je zelf op zoek gaan naar: hoe moet ik bewaren of weggooien? De richtlijn is: belangrijke documenten om een proces te construeren moeten bewaard worden. Dat moet bewaard worden op de G-schijf, dat moet bewaard worden in de officiële systemen die jouw rijksonderdeel gebruikt. Dat is in je eigen organisatie. Er is altijd een collega die daar verantwoordelijkheid voor heeft. Maar zorg dat je de juiste kennis hebt en de juiste vaardigheden om dit te doen. We hebben daar nog een aantal andere. Hij kwam al, de cc. Dat moet je niet doen.
In beeld: Bewaren of weggooien? Privémails hoef je niet te bewaren. Andere voorbeelden van e-mails die je niet hoeft te bewaren: een e-mail die je cc of ter informatie ontvangt; e-mails met werkafspraken; nieuwsbrieven, nieuwsoverzichten, reclame; e-mails die te maken hebben met personeelszaken; e-mails die ter herinnering naar je zijn gestuurd en die geen nieuwe actie vereisen.
LYKLE: En als je ge-cc’d bent, zou je dat moeten weggooien.
RACHEL: Volgens mij is de beste afspraak om niet meer te cc'en in een organisatie. Als je wilt dat een ander er iets mee doet, het leest, zet die dan in de aanhef. Je kan meer weggooien dan je denkt. Dat staat ook in die richtlijn. Het belangrijkste is het OHIO-principe, Only Handle It Once, met een e-mail. Beter voor je digitale fitheid, en beter voor de duurzaamheid.
LYKLE: Johan Cruijff vond dat ook belangrijk. Eén keer raken en doorspelen. Niet meer mee terugkomen.
RACHEL: Dat is ook het bruggetje. Waar we met z'n allen naar streven, is dat we als ambtenaren waarde toevoegen. Die pilot duurzame CAO vind ik een hele mooie. Heel blij dat ik daarop mag aansluiten.
In beeld: Besparen van dataopslag; verbeteren van digitale fitheid ambtenaren; betere inbedding duurzame principes en bijdragen aan Klimaatwet. De pilots in dit project zijn: hardware, data, inzicht & opleiding.
PEPIJN: Dat is inderdaad een mooi bruggetje. Die pilot duurzame CAO Rijk is de gezamenlijke afspraak tussen vakbonden en werkgever Rijk om aan de slag te gaan met verduurzamen in de arbeidsvoorwaarden. Die gaat nog een stap verder dan de huidige CAO. Als je kijkt waar het voor ICT om gaat, dan gaat het om hardware, wat je nodig hebt voor je werk, om daarop te verduurzamen. We noemden net eventjes het recyclen van devices. Maar misschien ook wel een duurzamere keuze van devices, langer doen met een apparaat. We hebben het vandaag uitgebreid over data gehad. En ook inzicht in de opleiding. Weet hoe je beter met je data en met je apparatuur om kunt gaan om uiteindelijk daarmee digitaal fitter te zijn, beter je werk te kunnen doen, duurzamer je werk te kunnen doen en een betere, blijere ambtenaar te worden.
LYKLE: Die pilot loopt al langer. In de huidige versie van de CAO zijn ook al wat resultaten van eerdere onderdelen van de pilot verwerkt. Dus dat blijft groeien. Je doet al mee, kan ik zeggen tegen iedereen die onder de Rijks-CAO valt. Laten we naar een afronding toe gaan. Er komt, leuk, wat binnen in de chat. We moeten even terug naar de vraag die we stelden over die terabyte een jaar lang opslaan. We hebben gezegd dat het goede antwoord 1 ton was. Maar ik had per ongeluk in de poll aangetikt dat 2 ton het goede antwoord was. En de vervolgvraag was: die 72 treinen, is dat dan voor 1 ton of 2 ton?
RACHEL: Als ik het goed heb is dat voor 1 ton. We hebben alle linkjes bij de shownotes gezet. Links- of rechtsom: we hebben heel veel resources nodig om dit te doen. Het is heel lastig tastbaar, dus in het kader van 'denk groot, dit moeten we oplossen, doe klein en begin ergens', is dat toch bij jezelf nagaan: hoe kan ik bijdragen aan een betere wereld? Dat we niet die mensen in Afrika heel verdrietig met het handje die grondstoffen uit de grond moeten laten halen, of dat we het op een boot dumpen ergens op de wereld. We hebben met z'n allen impact op wat we met elkaar doen, en ook wat we voor de toekomst van de wereld met elkaar willen.
LYKLE: Ruim je digitale bestanden op, doe langer met je devices, en als een device klaar is, zorg dat het in die stroom terechtkomt waarin het hergebruikt of opnieuw gemined kan worden.
PEPIJN: Dat is laaghangend fruit.
LYKLE: Dat kan iedereen zo al doen. We noemden groene zoekmachines. Kun je daar voorbeelden van geven? Heb je een paar namen?
RACHEL: Die heb ik even niet zo paraat, maar die gaan we wel toevoegen.
LYKLE: Dan voegen we het toe aan de shownotes. Dank voor de vraag. Maarten wil weten: heb je een goede tip voor plekken om oude elektronica in te leveren? Je gebruikt urban mining als term.
RACHEL: Als je googlet, hopelijk op een groene zoekmachine, 'waar kan ik m'n telefoons inleveren?'… Bij mij in de buurt, Den Haag Centrum, kon het bij een fotowinkel waar het ook naar een heel goed doel ging. Het is een beetje van welk doel jij heel prettig vindt. Maar zet het niet zomaar op straat, verbrand het niet.
LYKLE: Misschien krijg je er nog euro’s voor als je hem netjes inlevert bij de fabrikant of de winkel waar je hem gekocht hebt. Is die ouder, dan kan die nog steeds heel waardevol zijn voor een goed doel.
RACHEL: Urban mining, misschien moeten we daar volgend jaar een keer een webinar over houden, is gewoon heel mooi. Eigenlijk hebben we alle grondstoffen al. Als we het maar uit de laatjes, de kasten, de krochten van het huis halen, of van de organisatie, dan kunnen we met z'n allen heel veel nieuwe systemen bouwen.
LYKLE: Dan naderen we het einde van dit uur, met een hele geweldige update op het gebied van digitale duurzaamheid. Ik denk dat ik ga afsluiten, met jullie welnemen. Dit webinar is onderdeel van de Maand van de Digitale Fitheid. Als je daar nog meer van wil weten, kun je naar maandvandedigitalefitheid.nl gaan om nog andere evenementen later deze maand te zien. Het webinar werd gemaakt door RADIO, de RijksAcademie voor Digitalisering en Informatisering Overheid. Werk je bij de Rijksoverheid of een andere overheid, aarzel niet om ons aan te tikken en hulp te vragen bij alles wat je wilt weten over digitalisering. We vinden het superleuk om jullie te helpen, en je hebt maar weer gehoord hoe belangrijk het is dat we daar met z'n allen de schouders onder zetten. Rachel Kuijlenburg, Pepijn van der Spek, heel erg bedankt dat jullie hier waren. Marie Louise, heel erg bedankt voor het bemensen van de chat en het starten van de polls. Heren achter de camera en achter de microfoon, superbedankt voor alle hulp. Jullie, lieve kijkers, bedankt voor het kijken en deelnemen. Deze opname komt later in de maand beschikbaar om terug te kijken. Daar zullen wij vanuit RADIO tijdig bericht van geven. Voor nu wil ik jullie danken voor jullie deelname, en graag tot de volgende keer.
In beeld: Logo Rijksoverheid. Logius. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Denk na over je dataopslag! 17 maart 2025. Rachel Kuijlenburg & Pepijn van der Spek.